Samen met de meisjes haal ik Albert vaak op bij het busstation. Dit scheelt tijd, hij hoeft dan niet over te stappen. Vanaf daar rijden we dan met z'n vieren naar het bushokje waar Albert's fiets staat. Meestal fietst hij die paar minuten naar huis met Nine op zijn schouders. Vinden ze allebei geweldig. Laatst stonden er een paar agenten in de buurt van het bushokje koffie te drinken (nee, niet generaliserend, dat was toevallig echt zo. En nee, ze waren geen donuts aan het eten). Albert wilde zich niet laten kennen en nam zoals gewoonlijk Nine op z'n schouders. Het was natuurlijk niet verbazingwekkend dat hij onderweg tot stoppen werd gemaand:
Politie: "What do you think you are doing?"
Albert: "I'm cycling."
Politie: "And what do you think about it?"
Albert: "It's the best part of my day."
Politie: "I can imagine that. What do you think you will do now?"
Albert: "I think I will walk."
Politie: "That's a really good idea."
Hij had geluk: geen boete. Nine was overigens ongelofelijk boos op de agenten, ze kan er nog steeds niet over uit dat dit pleziertje haar is afgenomen. We hebben - pedagogisch verantwoord - ons best gedaan om Nine te overtuigen dat de agenten natuurlijk wel gelijk hadden...
We vragen het de professional: Patrick, wat had jij gedaan als je dit had aangetroffen in Amsterdam?